Geef kunst kado met de SBK Kunstbon

UITGELICHT: FITSUM

05/05/2021 - 12/05/2021 @ Galerie 23 Hedendaagse Afrikaanse Kunst KNSM

Elke week lichten we een kunstwerk uit van een kunstenaar die bij ons in de collectie zit.  Deze week kunstenaar Fitsum Behre Woldelibanos met Blonde 2, 2011

Dit kunstwerk is meteen te reserveren voor aankoop via onze galerie. SBK hanteert ook een gunstige renteloze afbetalingsregeling in maandelijkse termijnen. Bij aankoop van een kunstwerk wordt een aanbetaling gevraagd van 10% van het aankoopbedrag. Vervolgens wordt het restantbedrag in termijnen van 50 euro of een veelvoud daarvan per maand afbetaald. De betalingen dienen binnen 36 maanden te zijn voltooid. Daarnaast kun je bij de aankoop van een kunstwerk uit een van de galeries als je SBK deelnemer bent en een collectietegoed hebt opgebouwd, 25% van het aankoopbedrag (vanaf € 100,-) met collectietegoed voldoen.

ROOD IS HET ANDERE BLAUW
“Het gezicht is de arena waarop het drama zich afspeelt.”
Criticus David Kaiza zegt dat over de portretten van Fitsum Berthe Woldelibanos. Voor deze jonge kunstenaar (geboren in 1979 in Eritrea, woont en werkt in Nairobi) is schilderen veel meer dan een poging de werkelijkheid weer te geven. Zijn portretten bevatten onder andere informatie over het karakter van zijn model, over diens gemoedsrust, over de streek waar zijn model is opgegroeid, over de betrokkenheid van de kunstenaar en uiteindelijk tevens over diens vaardigheid.
Woldelibanos schildert mensen met wie hij iets heeft of met wie hij zich verwant voelt. Hij heeft zijn muzen, vrouwen die hij vaker schildert, maar hij heeft ook een serie ‘Black Male’ gemaakt, omdat hij zich identificeert met de zwarte man en soms de behoefte heeft om zijn huidskleur tot thema te maken. Opvallend is, dat hij zich meestal beperkt tot koppen. Verder dan de schouders komt hij niet, omdat volgens hem het hoofd het hele verhaal vertelt.  Zijn portretten hebben vaak geen context – een monochroom vlak -, maar als ze context hebben dan bestaat die uit patronen of architecturale elementen.  Hij zegt daar zelf over: “Ik wil mensen begrijpen vanuit hun wezenlijke, existentiële zijn, mensen in relatie tot hun omgeving. Architectuur en stofpatronen zijn gerelateerd aan de patronen van de natuur en aan de manier waarop mensen zich verhouden tot hun omgeving.”
Woldelibanos schildert expressionistisch, uit de losse pols haast. In grove verfstreken zet hij de omtreklijnen op het linnen en vervolgens vult hij het portret in met kleuren. Veel rood en blauw, waarbij de ene kleur vaak als schaduw dient voor de andere. Omdat die kleuren ver afstaan van de realiteit, ze zijn eerder surrealistisch, is ‘lijken’ een kwalificatie die bij zijn portretten niet voldoet. De reactie van één van zijn modellen is in dit verband betekenisvol: “(the portrait) does not look like the reflection I see in the mirror, it makes me understand my face more”. Die inhoudelijkheid van zijn werk heeft te maken met de intensiteit van de kleuren, met de manier waarop de kleuren van de omgeving zijn terug te vinden in de gezichten (bijvoorbeeld die van water en zand, maar ook het rood van zijn vaderland Eritrea dat “red land” wordt genoemd), met de wijze waarop hij bijvoorbeeld stemmingen in de ogen vastlegt – angst, woede, pijn – en met de mate van levendigheid waarmee de verf op het doek is aangebracht. Ook de stand van het hoofd – de lange nekken bijvoorbeeld – is betekenis gevend. Omdat hij refereert aan elementen uit de iconografie van Ethiopië, ook in zijn kleurgebruik, is het mogelijk in zijn portretten heden en verleden met elkaar te verbinden. Traditie en eigentijdsheid vermengen zich.
In zijn werk speelt hij ook met stereotypen. Hij ondergraaft de representatie van de zwarte vrouw of man zoals die met name in het Westen en, meer specifiek, in de Westerse kunst gangbaar is. Hij doet dat niet opvallend of met een wijzend vingertje, de correctie wordt subtiel of op een relativerende ‘toon’ verwerkt. Zoals ook verwijzingen naar de slavenhandel heel impliciet zijn.
De portretten van Woldelibanos doen me denken aan de portretten van Philip Akkerman (1957). Zijn manier van schilderen is weliswaar meer ingehouden en hij schildert altijd zichzelf, maar zijn kleurgebruik, het portret in relatie tot zijn omgeving, het portret als tijdsbeeld, op die punten zijn ze vergelijkbaar met de werken van zijn Afrikaanse collega.
Fitsum Berthe Woldelibanos schilderde als kind al. Hij deed in 1986 mee aan de Shankar Children’s Competition. Hij heeft zijn aanleg aan de Asmara School of Arts geprofessionaliseerd. Naast schilderijen maakte hij daar sculpturen en prints. Hij reist veel en zijn werk is inmiddels internationaal tentoongesteld.
Rob Perrée