< terug naar het overzicht
Terug naar SBK Amsterdam KNSM

Small, but Oh là là!
24-11-2019 / 29-12-2019

Van 24 november tot en met 29 december 2019 presenteert SBK Kunstuitleen en Galerie de expositie 'Small, but Oh là là!' Een expositie van negen in Nederland wonende en werkende kunstenaars.

Merijn Bolink, Moritz Ebinger, Judith Geerts, Mary Geradts, Gabriëlle van de Laak, Ernest Laeven, Wouter van Riessen, Lieve Rutte en Tanja Smeets tonen hun sculpturen, doeken en installaties. 

De kunstwerken hebben één ding gemeen: ze prikkelen je fantasie en verwondering. (Soms) klein in omvang, maar met een grote ‘stoerheidsfactor’. Beelden van hout, (edel)metaal, polyester, textiel of glas, werk op papier of zelf kinetische objecten gaan in dialoog met elkaar: een wereld waarin kleuren en vormen in een uitdagende balans samenkomen.

De opening is op zondag 24 november 16.00 uur.Caro Bensca heet je van harte welkom.

Ernst Laeven
Ernst Laeven
Moritz Ebinger
Moritz Ebinger
Mary Geradts
Mary Geradts
Wouter van Riessen
Wouter van Riessen
Tanja Smeets
Tanja Smeets
Moritz Ebinger
Moritz Ebinger
Judith Geerts
Judith Geerts
Gabriëlle van de Laak
Gabriëlle van de Laak
Merijn Bolink
Merijn Bolink
Wouter van Riessen
Wouter van Riessen
Mary Geradts
Mary Geradts
Moritz Ebinger
Moritz Ebinger
Ernst Laeven
Ernst Laeven
Lieve Rutte
Lieve Rutte
Lieve Rutte
Lieve Rutte
Ernest Laeven
Ernest Laeven
Moritz Ebinger
Moritz Ebinger

Ernest Laeven: Het leven als één holistisch vraagstuk

De geschiedenis van de mens is in navolging van de klassieke traditie te verdelen in vier tijdperken, die elk de naam van een metaal dragen. In het eerste tijdperk was de mens nog zuiver en onschuldig, vredelievend, vrijgevig en niet op materie gericht: het zogenoemde gouden tijdperk. Gevolgd door het zilveren, bronzen en tenslotte het tijdperk, waarin we ons nu als westerse mens begeven: het ijzeren tijdperk. Dit laatste wordt gekenmerkt door ellende, geweld en decadentie. Het antwoord op deze neergang moet volgens Laeven een opwaartse zijn.

Zijn assemblages zijn de weerslag van de gedachte, dat de wereld te beschouwen is als één holistisch systeem, waarin niks los van elkaar functioneert en alles samenhangt. Zo is in de expo ‘Small, but Oh là là’ een glazen skelet te zien. Laeven voegt hierin mens, engel, zon, licht en perspectief en het niets samen tot één geheel. 
Veel van zijn sculpturen bewegen, maken geluid of stoten lichtflitsen uit. Deze zinnenprikkels worden altijd voortgebracht als kettingreactie van verschillende (bewegende) onderdelen op elkaar.

Voor de constructie van zijn objecten maakt hij gebruik van gevonden en verweerd afvalmateriaal: afdankers  -veelal van roestig ijzer- van het door hem zo verafschuwde materiële tijdperk. Volgens Laeven hebben ze een apart soort schoonheid: de schoonheid van het verval. 
En hij noemt ze zelfs ‘de overwinning van de natuur op het vaak, klinische uiterlijk van industrieel vervaardigde objecten’.
Het afval van het ijzeren tijdperk benut Laeven onder andere in zijn pleidooi om terug te keren naar de essentie van het bestaan. Zo verbeeldt het plutonisch tabernakel (dat deel uitmaakt van de SBK collectie) de mogelijkheid van de mens om haar geest te zuiveren van elke materiële gedachte.
Hoewel zijn sculpturen zijn visie op de mens binnen het groter geheel symboliseren, zijn ze zonder uitleg ook al interessant genoeg. Het zijn stuk voor stuk mysterieuze werken, waarbij al je zintuigen worden geprikkeld.

Gabriëlle van de Laak: Verbeelding van de essentie

Licht, kleur en ruimte spelen een hoofdrol in haar werk, zowel in haar glasobjecten als in haar schilderijen en werken op papier. Deze laatste twee kenmerken zich door de abstracte structuren van oneindige landschappen en geometrische vormen met heldere kleurvlakken.

Vanuit schilderijen en werken op papier is het misschien vreemd genoeg een kleine overstap naar haar glasobjecten. Glas is een van de beste materialen om kleur op een zo helder mogelijke manier te beleven. Het zal nooit verbleken of anderszins van kleur veranderen, het schittert, blinkt en spiegelt en mengt ondertussen zijn eigen schaduwkleuren.
Haar collectie glasobjecten is ontstaan in opdracht van het Nationaal glasmuseum Leerdam voor de expositie ‘Een zee van glas’. Hiervoor maakte zij een Wunderkammer, geïnspireerd op de wetenschappelijke illustraties van bioloog Ernst Haeckel (1834-1919).  Van de Laak maakte voor de expositie met behulp van de Leerdammer glasmakers een aantal kleurige lampen. Het glas is geblazen door de openingen van een metalen Meccano (oud technisch speelgoed) constructie heen. Opgezwollen tot uitpuilende vormen, die lijken te willen ontsnappen uit de metalen omhulsels, doen de objecten denken aan de onderwaterwezens die van Haeckel onderzocht .

Van de Laak studeerde aan de Akademie voor Kunst en Industrie in Enschede en aan de Akademie St. Joost in  Breda. Haar werk is vertegenwoordigd in diverse museum- als bedrijfscollecties, waaronder die van het Teylers Museum, Stedelijk Museum Gouda, Art Foundation ABN AMRO Bank, Amsterdam, De Nederlandsche Bank Art Collection, Amsterdam, Art Collection Van Lanschot Bankiers, ’s-Hertogenbosch en Collectie Koninklijke KPN, Den Haag.

Judith Geerts: Het nut van het nutteloze

In een samenleving waar alles draait om efficiëntie, gaat Judith haar fascinatie juist uit naar het nutteloze.

Bij het maakproces heeft ze dan ook niet een vooropgezet einddoel voor ogen. Het toeval bepaalt, zoals de warmte in haar atelier, waardoor haar werken onbedoeld bedoeld vervormen.
Ze wil zich laten verrassen door haar eigen werk. Om deze reden kiest ze voor haar schilderijen vaak niet voor kant en klare verf, maar vervaardigt zij die liever zelf door gebruik te maken van eeuwenoude recepten, waarbij zij konijnenhuidlijm, verschillende soorten krijt en pigmenten (eieren, damar en notenolie) vermengt. Een verrassend proces, waar bij de uitkomst altijd ongewis en spannend is.

Naast schilderijen, maakt zij video’s en sculpturen. Voor haar is het van belang om zich niet te verbinden aan één medium. 
De sculpturen die op de expo ‘Small but Oh là là’ te zien zijn, heeft ze vervaardigd als artist-in-residence op het creatief werklandgoed Het Domijn net onder de rook van Amsterdam, in Weesp. Hier komen alle disciplines tezamen: autonome, toegepaste kunst (design),podium kunsten en ambachten.
Een inspirerende omgeving voor deze kunstenaar, die altijd nieuwsgierig is naar nieuwe manieren van werken.

Judith studeerde beeldende kunst aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en aan de Cooper Union in New York.
Haar werk is opgenomen in het Van Gogh Huis Collectie in Zundert en in verschillende privé collecties.

Lieve Rutte: Het beeldhouwen als een tactiel en visueel spel

“In een wereld die relatief grijs is, vind ik het belangrijk om kleur toe te voegen.”  
Met een visuele en intuïtieve werkwijze brengt Lieve een tactiele, sensuele ‘wereld’ tot stand, vol van uiteenlopende texturen en structuren. Het beeld moet aanlokkelijk en betoverend, maar ook een beetje wringen en spannend zijn. Spelenderwijs gaat ze tijdens het maakproces op zoek naar de juiste vorm. Vervolgens bewerkt ze de huid met gips, lak, epoxy, glitter of verf net zo lang totdat de door haar gewenste tactiliteit bereikt is. Het werk moet dankzij haar aantrekkelijke vorm, materialiteit én ook door prikkelende kleurcombinaties zo aantrekkelijk zijn, dat je het meteen aan wil raken.

De kleurrijke beelden die ze maakt hebben vaak iets weg van totempalen of stapelingen, waarbij het lijkt of ze door een piepklein vleugje wind omver geblazen kunnen worden. Haar opeengestapelde blokken torens-vaak van piepschuim gemaakt-zijn namelijk zo gestapeld, dat ze net in balans zijn. Zo ontstaat een samenspel tussen vormen, materialen, kleuren en balans, waarvan het eindresultaat tot verwondering aanzet.

Mary Geradts: Gestolde momenten

De objecten van Mary Geradts (1958) doen denken aan de stenen vazen die al eeuwenlang fraai aangelegde tuinen en parken sieren- grote monochrome sculpturen: flora-achtige vormen en romantische zuilen. Mary is geen beeldhouwer in de traditionele zin van het woord. Ze hakt geen beelden uit steen, maar bouwt beelden op met dunne stroken zink. Vervolgens construeert en soldeert ze deze stroken aaneen tot objecten die als autonoom beeld maar ook als gebruiksvoorwerp kunnen dienen. Het zink bewerkt ze op zo’n manier dat de objecten een verweerd uiterlijk krijgen. De vaasvorm is wel degelijk aanwezig, maar tegelijk maken bloemknoppen, bloemen of bladeren op organische wijze deel uit van de vaas. Ze stulpen naar buiten en geven de vazen een niet alledaags, soms surrealistisch uiterlijk.

Mary vertelt een verhaal over groei, bloei en vergaan. Het ontstaan en weer afbreken van het natuurlijke, het vergankelijke. In die tijdelijkheid ligt een zekere schoonheid verborgen, één die naar voren komt in haar verstilde representaties van dat wat altijd in beweging is.

Mary Geradts exposeerde o.a. in het Haags Centrum voor Actuele Kunst en Pulchri in Den Haag, Ars Aemula Naturae en het Sieboldhuis in Leiden en in diverse beeldentuinen.

Merijn Bolink: Artificiële intelligentie ontleed

Merijn Bolink (Amsterdam, 1967) is in zijn werk op zoek naar de essentie van de dingen. Door deconstructie en reconstructie toe te passen, probeert hij de wereld te begrijpen. Hij is gefascineerd door de snelheid waarmee de techniek zich op dit moment ontwikkelt. Het fenomeen artificiële intelligentie verkeert volgens hem nog in een pril ontwikkelingsstadium, waarin een mooie mix van filosofie en poëzie zijn te ontdekken. Hij vergelijkt het met een kind dat leert spreken: het creëert grappige zinnen die ineens een kern van waarheid kunnen bevatten.

Bolinks centrale vraag is: wat ziet Google? Om daarachter te komen, verwerkt hij in zijn ambachtelijk gemaakte sculpturen en installaties de slimme beeldherkenningssoftware waarmee Google mensen, plaatsen en dingen identificeert. Hij denkt dat de artificiële intelligentie zich in de komende jaren radicaal zal ontwikkelen en wil in zijn werk die ontwikkeling documenteren.
Bolink studeerde van 1987 tot 1992 aan de Academie voor Kunst en Industrie (AKI) in Enschede. Hij ontving in 1997 het Charlotte Köhler Stipendium(Beeldende Kunst) van het Prins Bernhard Cultuurfonds.
Zijn werken zijn onder andere tentoongesteld in het Groninger Museum, het Gemeentemuseum Den Haag, het Cobra Museum voor Moderne Kunst Amstelveen, de Kunsthal Rotterdam, de Post Gallery in Los Angeles en de Kunstraum Düsseldorf in Düsseldorf. Zijn werk is vertegenwoordigd in een aantal prestigieuze bedrijfscollecties zoals AkzoNobel en de Rabobank.

Moritz Ebinger: Inhoud in vorm gegoten

De van origine Zwitserse kunstenaar Moritz Ebinger (1961) woont en werkt al jaren met grote passie in Nederland. Hij vindt de vrijheid om te experimenteren in zeer diverse disciplines, van fotografie tot radio en van dans tot immense installaties. Zijn inspiratie vindt hij zowel in de actualiteit als in de geschiedenis, waar hij een zeer persoonlijke draai aan geeft. Ebingers authenticiteit is zijn grote kracht. Hoewel hij regelmatig wisselt van stijl en techniek, is zijn handtekening steeds weer te herkennen.

In de grote overtuiging dat analfabetisme, apathie en domheid een voedingsbodem zijn voor oorlog, honger en ellende hecht Ebinger veel waarde aan inhoud. 
Deze tracht hij over te brengen door met zijn kunstobjecten de verbeelding aan te spreken. De gekozen vorm en het materiaalgebruik vergroten de zeggingskracht van dat wat hij voor ogen heeft. Zo is in de expo Small, but Oh là là een prachtige sculptuur te zien van een gouden varken doorboort met gaten. Met dit beeld geeft hij blijk van zijn weerzin tegen de moderne vorm van slavernij, die gepaard gaat met de illegale gouddelving in Suriname. Het varken, dat aan de ene kant symbool staat voor moeder aarde en daarmee voor vruchtbaarheid en overvloed, maar anderzijds ook voor de delvers die als varkens worden behandeld. De gaten in het lichaam verbeelden de opgravingen, die nodig zijn om het gouderts naar boven te halen. 

Naast zijn interesses voor actuele maatschappelijk relevante onderwerpen, gaat zijn belangstelling ook uit naar geschiedenis.
Eén van zijn favoriete onderwerpen hieruit is het Zweedse vlaggenschip Wasa dat in 1628 bij de tewaterlating roemloos zonk. Op de expo Small, but Oh là là laat hij een klein sculptuur van dit scheepje zien.

Ebinger volgde van 1985 tot 1988 zijn opleiding aan de Rijksakademie van beeldende kunsten te Amsterdam.
Exposities van hem waren onder meer te zien in Centraal Museum Utrecht en Boijmans van Beuningen in Rotterdam. 
Het Museum of Modern Art (MoMA) in New York heeft werk van hem in de vaste collectie.

Tanja Smeets: In dialoog met de architecturale ruimte

In het werk van Tanja Smeets spelen ongrijpbare, sluipende groeiprocessen een belangrijke rol. Het vloeien en druipen lijkt voor één moment even stilgezet, waardoor wij als kijker goed in kunnen zoomen op de muterende materialen met aftakkingen en aangroeisels.
In de expo ‘Small, but Oh là là’ worden kleine werken van haar getoond. Eigenlijk uitzonderlijk, want Smeets is vooral bekend om haar monumentale poëtische ingrepen in de architecturale omgeving.

Haar amorfe beelden nestelen zich op plekken, waar ze van nature niet thuishoren: in trappenpartijen, aan het plafond, aan gevels, tussen balustrades door. En toch lijkt het alsof ze er altijd al geweest zijn. De spanning tussen de onverwachte aanwezigheid, de autonome groei en de schijnbaar fragiliteit en de verstilde architectuur, voelt aan als een intiem dialoog, die ook dreigend kan zijn, alsof het ‘groeiend’ organisme niet meer te stuiten is in haar groei en de nuchtere aanwezigheid van de architectuur zonder weerstand weet te overwoekeren.
Haar werken ontstaan dus eigenlijk altijd in relatie tot de omgeving

Voor haar weelderige koralen gebruikt Smeets vaak materialen uit het dagelijks leven: bescheiden materialen zoals amuse lepels, bouwmateriaal, klei, zeven en badmatten. Zij kiest haar materiaal uit op basis van kleur, structuur en vorm, maar ook vooral op hun vermogen om binnen grote aantallen en formaten van identiteit te veranderen. Zo liet zij vanaf de oude stenen muur van de trap van het Centraal Museum in Utrecht gekleurde garens druppelen, gecombineerd met laser gesneden viltmateriaal, borduurwerk en grijs gekleurde bladvangers. Een zachte, dichte huid droop van de muren. De dichtheid van het werk verschilde op elk niveau. Nieuwe glimpen van het werk verleidden de bezoeker om dieper en dieper de toren in te gaan. Het werk leek op zichzelf te groeien en door te groeien langs de stenen toren en die te omspannen als een metalen versie van zichzelf.

Tanja Smeets studeerde af aan de ArtEz Hogeschool voor de kunsten in Arnhem.
Haar werk was te zien in verschillende musea en galeries, waaronder het Henan Museum in Zhengzhu, China, TextielMuseum,Tilburg, Centraal Museum, Utrecht, Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam,The Gyonggi International Ceramics Biennale, Icheon (South Korea) en het Museum of Arts and Design (New York, USA).

Wouter van Riessen: De psychologie van het kijken

Toen hij nog op de Rijksakademie zat, keek Van Riessen (1967) veel in de spiegel. Hij fotografeerde en tekende zichzelf, op zoek naar zijn identiteit. ‘Wie ben ik? Wat is er bijzonder aan mezelf?’ Vanuit deze zelfreflectie raakte hij geïnteresseerd in de collectieve beeldcultuur en in de psychologische processen bij het interpreteren daarvan.
De interpretatie van een beeld staat eigenlijk nooit los van de beschouwer, zo redeneert Van Riessen. Mensen hebben de behoefte om zichzelf te willen herkennen in de wereld om zich heen en hun blik op de wereld is daardoor heel persoonlijk gekleurd. Daarnaast hebben mensen de neiging om animistisch te kijken: dat wat onbezield is, te bezielen, maar dan wel vanuit een eigen beleving.

Bovenstaande beschrijft het werk van Van Riessen. Zijn fascinatie voor de pop (of het popachtige) in verhouding tot de mens en dan vooral de vraag waar houdt de pop op pop te zijn en is het een mens en andersom, is terug te vinden in zijn werk. Pinokkio, de pop, die tot mens werd als bekendste roman-en tekenfilmheld uit onze collectieve beeldcultuur, is dan ook een dankbaar onderwerp voor Van Riessen. 
Veelal weerspiegelt hij zichzelf in zijn gekozen beeldmateriaal. Zo is in expo ‘Small, but Oh là là’ een trekpop te zien: ‘een zelfportret’. Een lange magere gestalte met messing scharnierende ledematen, zwart opzij gekamd haar en grote blauwe ogen, gekleed in een helderblauw overhemd en zwarte broek.

Het bezielen van het onbezielde (en omgekeerde) als centraal thema is ook een rode draad in zijn studie naar de zonnebloemen door Van Gogh geschilderd in 1888 en 1889 in Arles. Van Riessen heeft talloze variaties gemaakt op deze reeks. “Alle bloemen op die schilderijen zijn geladen met een bijna menselijke uitdrukking: sommige lijken verbaasd, andere vermoeid, of juist vol jeugdige extase. Ze wekken allerlei associaties op. Toen ik ze begon na te tekenen verschenen klokken, lampen, snavels en hijskranen als vanzelf.”
Deze associatieve manier van werken combineert hij met een gereduceerde vormentaal -heldere, trefzeker lijn, grafische contouren en monochrome kleurcontrasten- om grip te krijgen op het beeld.

 

Open: din - vrij 10.00 - 18.00 uur
zat & zon 11.00 - 18.00 uur
Schrijf je hier in
voor onze digitale nieuwsbrief.
@deelnemer: is jouw e-mailadres al bekend bij ons?
CONTACT
Tel: +31 (0)20 632 54 92
Copyright © 2019 SBK design by manoverboord