< terug naar het overzicht
Terug naar Galerie 23 Hedendaagse Afrikaanse Kunst

Agadir - Amsterdam
07-04-2015 / 10-05-2015

Vijf kunstenaars uit  Agadir / Marokko tonen hun werk in Galerie 23 en zijn aanwezig bij de opening op zaterdag 11 april om 16.00 uur. De Amsterdamse kunstenaar Mohamed Bouyzgarnegaat in gesprek met zijn collega's; de bezoekers kunnen meepraten.

Ze maken deel uit van een groep van 8 kunstenaars  aangevuld met de directrice van het  Amazigh Gemeente Museum. De groep verblijft  10 dagen in Nederland op uitnodiging  en initiatief van de stichting Rondzien in Venlo. In het nabijgelegen Horst  wordt gelijktijdig geëxposeerd in Galerie IROK. De kunstenaars bezoeken musea; de directrice wordt ontvangen door het Amsterdam Museum.

Na afloop een artist dinner in een nabijgelegen betaalbaar etablissement. U bent van harte welkom op eigen kosten. Aanmelden kan ook tijdens de opening.

Fons Geerlings hoopt U te kunnen begroeten.

test
l.r: Lourhraz,Marbou, Ait el Maalam, Mourid, Djimi
test
Marbou, S.T-6, 2014, mixte sur toile, 70x70cm
test
Lourhraz: S.T-1, 2015, mixte sur toile, 74x64cm
test
Djimi: S.T-5, 2014, mixte sur toile, 100x80cm
test
Ait el Maalam: P1, mixte toile sur marouflee,80x40
test
Mourid: S.T- 2, 2014, mixte sur toile, 73x73cm

Vijf Marokkaanse kunstenaars

CULTURELE VEELVORMIGHEID

Het is misschien een onterechte reactie, maar bij een tentoonstelling van Marokkaanse kunstenaars zoek ik al snel naar de onderscheidende kenmerken. In hoeverre is hun werk Marokkaans, of in ieder geval afkomstig uit een andere cultuur? In hoeverre wijkt het af van wat ik in mijn eigen cocon gewend ben om te zien?

De vijf kunstenaar die nu in Galerie 23 exposeren laten zich niet gemakkelijk inkaderen.

Bij de werken van El imam Djimi (1970, Agadir) is het duidelijk dat ze naar rotstekeningen verwijzen. In zijn geval zijn het de inkervingen in rotsen zoals die in de Sahara te vinden zijn. Het zijn daar geen religieuze extremisten maar vooral  toeristen en gelukzoekers die ze bedreigen. Ze worden meegenomen, geplunderd, te gelde gemaakt. Djimi voert daar strijd tegen met zijn werk. In eerste instantie probeert hij de kijker te overtuigen van hun schoonheid, tegelijkertijd echter drukt hij in de details – verontwaardigd gebarende figuurtjes – zijn boosheid uit over wat ermee gebeurt.   

De zwarte ‘kijkdozen’ van Samira el Maalam (1973, Agadir) geven blijk van een ander soort engagement. Achter de rasters en de dwarsbalken gaan hoofden van vrouwen schuil die weinig vrolijkheid uitstralen. Op een directe, enigszins confronterende manier wordt hier de positie van vrouwen in een Islamitische cultuur te discussie gesteld. In veel van haar andere werken speelt deze thematiek ook mee, maar ze wordt minder expliciet verbeeld.

De schilderijen van Hafid Marbou (1974, Tiznit) zijn in teruggetrokken kleuren uitgevoerd. Beige, bruin, naar zwart neigend. Het totaalbeeld is allerminst teruggetrokken. Het is juist heel beweeglijk, wervelend. Als er al sprake is van landschappelijke referenties, dan moeten dat mentale landschappen zijn. Opvallend is nog dat de huid van de schilderijen tactiel is. Waarschijnlijk vermengt hij zijn verf met andere stoffen waardoor ze als het ware op het linnen komt te liggen en zo voor letterlijke en figuurlijke dieptewerking zorgt.    

De schilderijen van Abdelaziz Lourhraz (1972, Youssoufia) zijn juist heel kleurrijk. Beweging is ook daarin van groot belang. De contrasten tussen licht en donker versterken dat energieke karakter. Bij Lourhraz lijkt die beweging te verwijzen naar de dans. Het is zijn oprechte overtuiging dat de dans een sublieme kunstvorm is die de cultuur van iedere beschaving reflecteert. Bij deze werken zowel als bij die van Marbou is de vraag gerechtvaardigd of de keuze voor een abstracte manier van uiten te maken heeft met een cultuur waarin de verbeelding van de mens ter discussie staat. Het antwoord weet ik niet, maar ik sluit het niet.

Abdelhadi Mourid (1979, Casablanca) is de jongste van het gezelschap. De werken die hij in deze tentoonstelling laat zien zijn weliswaar abstract, maar aan het begin van zijn carrière heeft hij veel portretten geschilderd. De Islam was in die zin nooit een hindernis voor hem. Opvallend zijn de heldere, zelfs felle kleuren. Door die kleuren en door zijn, denk ik, intuïtieve want losse manier van schilderen  – spatten en druppels bevolken het speelveld - neemt hij afstand van de anderen. Binnen de wirwar van vlekken en kleuren lijkt een zwarte, brilachtige vorm voor de bindende factor te zorgen.     

Deze groep Marokkaanse kunstenaars is te verscheiden om een groep te zijn en te internationaal om Marokkaans te mogen heten. Hun (Islamitische) cultuur heeft zeker invloed op hun manier van werken, maar hun thematiek onttrekt zich aan strakke grenzen.

De vijf kunstenaars in deze tentoonstelling maken deel uit van een groep van acht die op uitnodiging van de Stichting Rondzien uit Venlo tien dagen in Nederland verblijft. Ze  zijn vanuit de Union des Artistes Plasticiens au sud du Maroc (UAP) georganiseerd. Ze exposeren voor het eerst in Nederland.

Rob Perrée
Amsterdam, april 2015.
 

 

Open: din - vrij 10.00 - 18.00 uur / zat & zon 11.00 - 18.00 uur
Schrijf je hier in
voor onze digitale nieuwsbrief.
@deelnemer: is jouw e-mailadres al bekend bij ons?
CONTACT
Tel: +31 (0)20 632 54 92
Copyright © 2013 SBK design by manoverboord