Toen ik de eerste keer over het werk van Papa Adama (Adama Koudougou Sawadogo) schreef, sprak ik de hoop uit dat de kunstenaar zijn spontane zelf zou blijven. Ongepolijst, impulsief, intuïtief, niet gehinderd door hoe ‘men' zegt dat het hoort of dat het moet. Niet eenvoudig als je nog op de academie zit en omringd wordt door docenten die zijn ingehuurd om je deskundig te begeleiden.
Het nieuwe werk van Papa Adama laat zien dat hij de druk van buitenaf heeft kunnen weerstaan. Zelf zegt hij, dat hij wat geduldiger geworden is. Hij neemt wat ruimer de tijd om na te denken over wat hij wil uitdrukken en wat daarvoor de beste vorm is. Daardoor kent zijn werk minder missers. Dat betekent overigens niet dat hij opeens schetsen maakt of dat hij dagenlang loopt te broeden over een schilderij of beeld. Die werkwijze zou stuk lopen op zijn gedreven natuur. Zijn schilderijen blijven een soort dagboekbladen. Hij tekent op wat zich die dag aan hem opdringt. Dat maakt, dat zijn onderwerpen een grote diversiteit hebben, maar ook een grote herkenbaarheid. Als hij ten onrechte een bon krijgt, leidt zijn woede tot een spontaan geschilderde, niet mis te verstane aanklacht tegen "de regiopolitie Amstelland". In felle kleuren, met emotionele teksten en zonder enige mooimakerij. Als hij toe is aan een portret van zichzelf, dan schildert hij dat. Snel, vaardig en in grote halen. Andere werken lijken wat meer ingehouden omdat ze zijn belevenissen in taferelen vertellen. Uitgezet in de tijd. Als een geschilderde strip. Als een experimenteel verhaal opgebouwd uit willekeurig door elkaar gehusselde hoofdstukken.
Nog steeds zijn er in zijn schilderijen elementen die zijn Afrikaanse afkomst verraden. Ze worden wel meer vermengd met de sporen van zijn huidige omgeving. Religieuze en wereldse tekens figureren broederlijk naast elkaar op één doek, maskers en eigentijdse koppen hebben geen moeite in elkaars gezelschap te verkeren. Tegenstellingen en (ogenschijnlijke) tegenstrijdigheden blijven zijn kracht.
Nieuw is wel dat hij meer sculpturen maakt dan een jaar geleden. Toen kwamen er ook een aantal tot stand, maar ik kreeg de indruk dat hij ze tussendoor maakte, bij wijze van afwisseling. Nu is het andersom. Er gaat veel meer aandacht naar driedimensionaal werk. Niet alleen omdat het soms een manshoge schaal heeft en dus veel tijd vergt, maar vooral omdat hij er enorm veel plezier in heeft. Het is de discipline waar hij in Afrika aanvankelijk voor had gekozen. Hij keert als het ware terug naar zijn artistieke roots.
In de manier waarop de sculpturen tot stand komen, verloochent Adama zijn aangeboren werkwijze niet. Hij bedenkt niet van tevoren wat het moet worden en hoe het beeld er precies moet uitzien. Lopend door de stad en speurend op de terreinen van en rond de academie stuit hij op materialen. Dat kunnen stalen boekenplanken zijn of auto-onderdelen, een weggegooide pijp of een loos stuk restmetaal. In principe is alles bruikbaar. De natuurlijke vorm van het materiaal inspireert tot het uiteindelijke resultaat. Dat varieert van een reusachtig beest tot een jazzmuzikant, van een uit de kluiten gewassen vlinder tot een masker. Snijdend, lassend, klemmend en buigend vormt zich langzamerhand een object met een stevige presentie, maar open genoeg om de kijker zijn eigen verhaal te gunnen. Anders dan bij de beelden die hij tot vorig jaar maakte, houdt hij er nu rekening mee dat ze een (lang) leven in de buitenlucht aan moeten kunnen. Hij zou zijn dieren graag in de dierentuin willen zien en zijn mensen op een druk plein.
Het is nog onzeker of Papa Adama terugkeert naar zijn vaderland, Burkina Faso. Hij realiseert zich dat zijn carrière in Nederland meer kansen heeft. Anderzijds, "het is mijn land, daar kom ik vandaan, daar woont mijn familie. Dan ga ik daar een soort school opzetten voor kinderen die met kunst bezig willen zijn maar die daar nu geen kans voor hebben."
Het blijft in meer dan één opzicht een unieke kunstenaar.
Tekst: Rob Perrée. Foto's: Giovanni Piesco