Vele malen schilderde en tekende hij de Westertoren, het Paleis op de Dam en de Markthallen aan de Willem de Zwijgerlaan in Amsterdam. Schilder, graficus en tekenaar Co Stubbe (1928) raakt nog steeds innerlijk geroerd door zijn geboorte- en woonplaats Amsterdam. Al wandelend of kijkend vergaart hij indrukken die hij thuis in zijn atelier op doek en papier vastlegt. Stubbe eigent zich echter wel het voorrecht toe de werkelijkheid net iets anders te verbeelden. "Als je terug zou keren naar de plek die ik heb getekend dan zul je zien, dat het er in het echt anders uitziet."
Stubbe was nog maar veertien jaar en had nog een jaar middelbare school voor de boeg, toen hij besloot zijn kans te pakken. "De tekenschool trok me veel meer aan. Ik heb nog één dag van dat laatste jaar middelbare school meegepakt. Maar wanneer je in de oorlog een aanbod krijgt, dan ga je daarop in. De St. Jozefgezellen was een opvangcentrum in die tijd met meerdere dependances. Zo was er één aan de Herengracht en één aan de Rapenburgerstraat. In de ene dependance leerde ik technisch tekenen en in de andere schilderen. Bovendien kregen we warme maaltijden aangeboden. Het was immers oorlog, eten was er niet of nauwelijks. In die dependances heb ik eigenlijk alles geleerd, wat er op teken- en schildergebied te leren valt. Op de dependance aan de Herengracht werden ook kinderen opgevangen met geestelijke afwijkingen, zoals autisme. Zo was er een jongen die stadsdelen natekende. Ieder steentje klopte. Dat was voor mij iets onbegrijpelijks. Zo was ik in ieder geval niet. Vaak dacht ik bij mezelf, bij het zien van zijn tekeningen, wat is de schepping toch ongelooflijk. Misschien heeft de oorlog mij gevoelig gemaakt. Maar ja, er was ook niets. Met alles wat je kreeg, zoals een paar schoenen of een set nieuwe kleren, was je dolgelukkig. Op de Hendrick de Keyserschool leerde ik ‘handtekenen'. Het was een avondopleiding, overdag ging ik meestal naar de Rapenburgerstraat. Ik liep er in het donker naar toe. Het was boven op een zolder, de ramen waren verduisterd."
"Na de oorlog studeerde ik voor korte tijd aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, tegenwoordig de Rietveldacademie geheten, met als hoofdvak illustratie. Hoewel het onderwijs gratis was, had ik op een gegeven moment geen geld meer op materialen te kopen en moest ik met de opleiding stoppen. Net toen ik er was werd het onderwijs daar gemoderniseerd. Deze wijziging sprak mij ontzettend aan. Op de Kunstnijverheidsschool-oude leest leerden we lijntekenen met behulp van een driehoek. Nu leerden we met de vrije hand een lijn te zetten. Zo kregen we van een docent de opdracht om gewoon eens met de vrije hand een lijn te tekenen. Ik leerde een lijn tot leven te brengen. Nog steeds kijk ik veel naar de schilderijen van Chinese kunstenaars. Zij kunnen bijvoorbeeld met enkele penseelstreken Oost-indische inkt een bamboestengel neerzetten. Zelfs met een paar lijnen weten ze een heel landschap te voorschijn te toveren." Stubbe heeft vele tekeningen met behulp van Oost-indische inkt gemaakt. "Wanneer je de inkt verdunt, dan wordt deze bruin. Zo kun je met dezelfde inkt de prachtigste dingen maken. Die Chinese kwasten lopen in een punt uit en zijn gemaakt van mensenhaar. Je kunt er heel dunne lijnen mee maken, maar wanneer je de kwast indrukt ook heel dikke lijnen."
De moderne docenten van de Kunstnijverheidschool leerden Stubbe niet alleen vrijer om te gaan met het tekenen en schilderen van lijnen. "Ook leerden zij ons los te maken van de werkelijkheid. Zo kregen we de opdracht om een stilleven na te schilderen. Maar na tien minuten gooiden ze het door elkaar. Ze draaiden alles om. We moesten door blijven schilderen, waar het resultaat een stilleven in Picassostijl was. Deze opleiding moderne stijl was echt een hoogtepunt uit mijn leven. Dat vrije zat eigenlijk altijd al in me. Ik droeg ook samen met een vriend in die tijd als enige een baard in Amsterdam, kun je je nu niet meer voorstellen. Ik schilder en teken dan weer impressionistisch, dan weer expressionistisch. Wanneer ik mezelf te veel naar binnen gekeerd vind, dan zoek ik de spontaniteit op. Ik werk dan zonder vooropgezet plan, maar laat de ideeën van binnenuit stromen."
"Ik ben geen colorist. Grote lawaaidingen, zoals die in de laatste dertig jaar worden gemaakt, daar hou ik niet van. Ik kan me het beste in zwart/wit uitdrukken. Ik houd me ook met heel andere dingen bezig. Daardoor ben ik anders naar de wereld om me heen gaan kijken. Ik ben bijvoorbeeld een UFO-fan, lees er veel boeken over en verwerk UFO-vormen in mijn tekeningen. UFO-bolvormen zie je overal terug, ook in kerktorens. Met deze kennis kijk ik steeds weer opnieuw naar de gebouwen om me heen." Zo kan zijn directe omgeving nog steeds voor verrassingen zorgen en met vrije hand geeft Stubbe hiervan blijk.