Wie de wereld van Roland Berning (1956) binnentreedt, zal verwonderd om zich heen kijken. Een aluminium Pinocchio en eekhoorn met dennenappel staren je zwijgend en onheilspellend aan. Zo stellig dat je je na een tijd ongemakkelijk gaat voelen. Het komt waarschijnlijk door de 'lege' blik.
De figuren van Berning zijn geen zelfportretten in de strikte zin van het woord. Ze bootsen niet zozeer de gelaatstrekken of het karakter van de schilder na. De houding van Berning ten opzichte van het onderwerp is eerder die van een tovenaar, die de schilder omtovert in een soort fantasiefiguur. Daarmee benadrukt hij dat kunst haar eigen werkelijkheid heeft.
Aan de andere kant zijn de ontwikkelingen op het gebied van computertechnieken en de invloed hiervan op de virtuele wereld van internet een grote inspiratiebron voor deze kunstenaar.